Van afwateringsloot naar                 
 stromend beekdallandschap
 
LANDSCHAPSONTWIKKELING RHEE-UBBENA  
line decor

Gebiedsinventarisatie

In dit hoofdstuk worden gebiedskenmerken over het onderzoeksgebied geïnventariseerd. In deze gebiedsinventarisatie worden de ruimtelijke structuren van het onderzoeksgebied onderzocht. Er wordt hiervoor gebruik gemaakt van de lagenbenadering, in het rapport is een uitleg van deze benadering toegevoegd.

De lagenbenadering die in dit rapport wordt uitgevoerd richt zich voornamelijk op mogelijkheden voor natuurontwikkeling en herstel van de historische en landschappelijke waardevolle elementen.

De benadering houdt globaal in dat het onderzoeksgebied op 3 lagen wordt onderzocht, namelijk:

De ondergrond
Deze laag is opgesplitst in 3 onderdelen, namelijk: biotisch systeem, abiotisch systeem en het watersysteem. Onderwerpen zoals ontstaansgeschiedenis, cultuurhistorie, bodemtypen en hoogteligging, geohydrologische opbouw, grondwater, flora en fauna worden omschreven. Ook wordt het watersysteem onderzocht. Dit houdt in dat het stroomgebied van de Smeerveensche Loop, de functies en de waterkwaliteit van deze waterloop zijn vastgesteld.

Ontstaansgeschiedenis: Het onderzoeksgebied is onstaan door de laatste twee ijstijden. Processen uit deze tijd hebben het landschap van Drenthe bepaald.

Cultuurhistorie: In het onderzoeksgebied en in de omgeving zijn een aantal cultuurhistorischeelementen, zoals sporen van een nederzetting uit het Neolithicum (ca. 5300-2000 v C.) en de es van Rhee (Middeleeuwen).

Bodemtypen: Het onderzoeksgebied bestaat uit lemig fijn zand, getypeerd als enkeerdgronden en podzolgronden.

Hoogteligging: Onderzoeksgebied is gelegen in het hoge deel van Drenthe. In het gebied bevinden zich aan weerszijden dekzandruggen. Tussen deze dekzandruggen bevindt zich de Smeerveensche Loop. De es van Rhee ligt op de oostelijke dekzandrug.

Geohydrologische opbouw: Neerslag stroomt van hoger gelegen gebied richting de beek. Er zijn slecht waterdoorlatende lagen aanwezig die voor (hoge) schijngrondwaterspiegel zorgen.

Flora en Fauna: Nu komen voornamelijk soorten voor die aanwezig zijn in (agrarisch) weidegrond, zoals Pinkersterbloem, Paardenbloem en Madelief. De Staatsbosbeheerprecelen zijn verdroogd en verruigt met Pijpestrooitje.

Watersysteem: De Smeerveensche Loop is de bovenloop van het Peizerdiep en heeft de functie van afvoersloot. Het water wordt via het Noord-Willemskanaal ter hoogte van Ter Aard ingelaten. Dit water zorgt voor een verrijking met fosfaat en stikstof.

De netwerken
Welke netwerken zijn er in het onderzoeksgebied aanwezig. Het verkeersnetwerk, het groennetwerk en het energienetwerk wordt onderzocht.

Verkeer: Het onderzoeksgebied wordt in het zuiden door de A28 begrensd. In het noorden loopt een zandpad voor bestemmingsverkeer, hiernaast is ook een fietspad aanwezig. In het oosten ligt de provincialeweg Groningen-Assen en in het westen is de toegangsweg nar Ter Aard.

Groen: In het onderzoeksgebied is geen groennetwerk aanwezig. In de omgeving zijn EHS en Ruime jas gebieden aanwezig.

Energie: Er is het onderzoeksgebied een transportleiding (NAM) en er zijn hoogspanningsmasten aanwezig.

De occupatie
Er wordt een antwoord gezocht op de vraag “Op welke manier wordt onderzoeksgebied gebruikt”. Deze vraag is uitgewerkt door Wonen en werken, Landgebruik en Recreatie te onderzoeken.

Wonen en werken: Rondom het onderzoeksgebied liggen Rhee, Ter Aard en Zeijen. De dorpen hebben authentieke (woon)boerderijen en woonhuizen. Ook is er nieuwbouw. Enkele bedrijven zijn: garagebedrijf, adviesbureau's, horeca en overnachtingsmogelijkheden.

Landgebruik: Het onderzoeksgebied heeft een agrarische functie.

Recreatie: In het onderzoeksgebied zijn geen recreatiemogelijkheden.

De geïnventariseerde informatie geven nog niet de kansen en/ of belemmeringen weer voor natuurontwikkeling. Het betreft hier alleen nog achtergrond informatie. Tijdens de gebiedsanalyse worden de kansen/ potenties en belemmeringen worden per laag uitgewerkt. Met behulp van deze werkwijze wordt inzichtelijk gemaakt welke elementen belangrijk zijn voor de gebiedsvisie.

Hoofdstuk 2: Gebiedsinventarisatie.pdf


Gebiedsanalyse

In dit hoofdstuk wordt de gebiedsanalyse verder uitgewerkt. Per laag van de lagenbenadering worden de kansen (potenties) en belemmeringen omschreven. Deze kansen en belemmeringen zijn belangrijk bij het vaststellen van de gebiedsvisie. Wanneer de punten duidelijk zijn omschreven kunnen beslissingen goed worden onderbouwd. Per laag van de lagenbenadering wordt afgesloten met een korte conclusie.

Tabel 1: Conclusie kansen en belemmeringen: ondergrond

Kansen

Belemmeringen

+ De waterkwaliteit wordt verbeterd, als    het inlaatpunt komt te vervallen

- De gekanaliseerde beek biedt geen
  mogelijkheden voor het voorkomen van
  (zeldzame) soorten

+ Water vasthouden in het gebied, biedt    kansen voor de waterproblematiek in    het watersysteem

- Voedselrijke situatie

 + Er kan een stromend     beekdallandschap ontstaan.

- Wanneer het inlaatpunt behouden   moet blijven voor de landbouw, wordt   de waterkwaliteit niet verbeterd

+ Flora en fauna kan zich herstellen,    (zeldzame) soorten kunnen terug    komen in het gebied

- Bij verhoging waterstand wordt   periodiek een hoger gehalte stikstof en   fosfaat richting benedenstrooms   gebied gevoerd vanwege aanwezige   nutriënten in de bodem.

 

Tabel 2: Conclusie kansen en belemmeringen: netwerken

Kansen

Belemmeringen

+ Nauwelijks verkeersnetwerk, nu
   geen hinder in het onderzoeksgebied

- Uitbreidingsplannen A28    (vrijwaringszone), zorgen voor een    stempel op het gebied

+ Mogelijkheden voor fiets- en    wandelpaden, uitbreiding van    bestaande paden en stimulans voor    recreatie

- Geen begrenzing in EHS, hierdoor geen
   natuurstempel en subsidies

+ Aansluiten op bestaande groene    netwerken

- NAM leiding en hoogspanningsleiding,   geen natuurlijke situatie van een beekdal

 

Tabel 3: Conclusie kansen en belemmeringen: occupatie

Kansen

Belemmeringen

+ Oude gebruiken herstellen    (kringlopen)

- Agrarische functie

+ Recreatie (en educatie) stimulans    voor het gebied

- Grondeigenaren (projectontwikkelaars)

+ Uitloopgebied voor Assen-Noord, op    dit moment is deze mogelijkheid er niet

 

+ (Cultuur)historische elementen
   behouden/ herstellen

 

 

De uiteindelijke conclusie van deze analyse is dat het gebied kansen heeft voor natuurontwikkeling. Het gebied kan bijvoorbeeld water vasthouden door de aanwezige slecht waterdoorlatende lagen. Hierdoor kan er wanneer dit wordt toegelaten een vochtige situatie in het gebied ontstaan met bijzondere flora en fauna die typerend zijn voor een beekdal. Het gebied van de Smeerveensche Loop kan op bestaande fiets- en wandelroutes worden aangesloten, op deze manier is het mogelijk om (extensieve) recreatie in het gebied toe te laten. Ook zijn er enkele belemmeringen waarover, voor de daadwerkelijke inrichting, goed moet worden nagedacht. Het gebied is nu in bezit van projectontwikkelaars, zij hebben deze grond duur gekocht van de vorige eigenaren. Ook is er nu een voedselrijke situatie, het is mogelijk dat het nog jaren duurt voordat deze situatie niet meer van invloed is

Hoofdstuk 3: Gebiedsanalyse.pdf

Inlaatpunt Ter Aard

Figuur 1 Inlaatpunt Smeerveensche Loop


Smeerveensche Loop

Figuur 2 Begin Smeerveensche Loop

Kaart

Figuur 3 Hoogteligging onderzoeksgebied

Plantje

Figuur 4 Flora: Welriekende nachtorchis
Bron: www.knnv.nl

netwerk

Figuur 5 Energienetwerk