Van afwateringsloot naar                 
 stromend beekdallandschap
 
LANDSCHAPSONTWIKKELING RHEE-UBBENA  
line decor

 

Inleiding

De stedelijke ontwikkeling van de Stad Assen (beter bekend als de Westelijke stadsrandzone) en de agrarische sector, waren voor de Stichting Landschapsontwikkeling Rhee-Ubbena (LoRU) de aanleiding om het project Smeerveensche Loop op te stellen. LoRU zet zich in voor herstel, behoud en ontwikkeling van hun leefomgeving.

Er is een gebiedsvisie en een visiekaart opgesteld voor het onderzoeksgebied. Zie figuur 1 (rode lijn).

Het doel van het onderzoek is:
‘Voor de Stichting LoRU i.o. een gebiedsvisie voor de Smeerveensche Loop en de es van Rhee opstellen. Op basis van de gebiedskenmerken en aan de hand van wensen en ideeën van betrokken partijen (Stichting LoRU i.o., provincie Drenthe, gemeente Assen, waterschap Noorderzijlvest en natuurorganisaties)’.

De hoofdvraag voor dit rapport luidt:
‘Op welke manier kan het onderzoeksgebied de Smeerveensche Loop ontwikkeld worden (kijkende naar mogelijkheden voor natuurontwikkeling en herstel van de es van Rhee), rekening houdend met de visies en ideeën van betrokken partijen?’

De methode die gebruikt wordt tijdens dit onderzoek is de MIRUP-benadering (Handreiking milieu in ruimtelijke plannen). In het rapport “Van afwateringsloot naar stromend beekdallandschap” wordt deze benadering verder uitgelegd. Deze benadering wordt vaak gebruikt bij ruimtelijke plannen. Verder wordt de lagenbenadering gehanteerd. Deze benadering is goed te gebruiken om het onderzoeksgebied te onderzoeken en daarbij naar alle factoren te kijken die plaats vinden en hebben gevonden in het onderzoeksgebied. Verder bestaat het onderzoek uit een gebiedsinventarisatie (volgens lagenbenadering), gebiedsanalyse (met kansen en belemmeringen per laag uitgewerkt), actoreninventarisatie (beleidinstrumenten) en actorenanalyse (standpunten van de verschillende betrokken partijen). Met behulp van deze inventarisaties en analyses is het mogelijk om een goed onderbouwde gebiedsvisie op te stellen.

De titel van dit onderzoek is: Van afwateringsloot naar stromend beekdallandschap. Wij verstaan onder stromend beekdallandschap: een landschap waarin natuurlijke processen, zoals inzijging en afspoeling kunnen plaatsvinden. Water vindt door hogteverschillen in het landschap zigzaggend een weg naar de beekloop (stromend element), deze beekloop heeft een watervoerende functie.

Hoofdstuk 1: Inleiding.pdf

Samenvatting rapport

De gemeente Assen is op zoek naar ruimte voor stedelijke ontwikkeling. Bij dit type plannen komt vaak de ruimte voor beekdalen, essen en authentieke dorpen in het gedrang. De agrarische sector legt ook zijn stempel op het gebied. De in het onderzoeksgebied aanwezige natuurgebieden van Staatsbosbeheer gaan in natuurwaarde achteruit. Naar aanleiding van deze verschillende ontwikkelingen heeft de stichting Landschapsontwikkeling Rhee-Ubbena (LoRU) een project opgesteld. Een onderwerp binnen dit project is het opstellen van een gebiedsvisie en een visiekaart voor het gebied gelegen tussen Rhee, Zeijen, en Ter Aard. In dit gebied liggen de Smeerveensche Loop en de es van Rhee. De kenmerken van het gebied is volgens de lagenbenadering uitgewerkt, daarmee is de huidige toestand van het gebied vastgesteld. De geïnventariseerde gebiedskenmerken bieden kansen en/ of belemmeringen voor natuurontwikkeling in het gebied.

Vanuit de ondergrond is gebleken dat er verschillende kansen voor het gebied zijn, voor herstel van flora- en faunasoorten, terug brengen van variatie in het gebied door herstel van gradiënten (droog-nat, hoog-laag) en verbetering van de waterkwaliteit na afsluiting van het inlaatpunt. Verder is gebleken dat water vasthouden in het gebied de waterproblematiek in het benedenstrooms gedeelte kan voorkomen. Het gebied kan zich vormen naar een stromend beekdallandschap. Door de afwezigheid van verkeersnetwerken in het gebied, levert dit kansen op voor natuurontwikkeling. De aanwezige cultuurhistorische elementen (o.a. es van Rhee) bieden kansen voor ontwikkeling en draagvlak. Verder is gebleken dat het gebied geschikt is voor recreatiedoeleinden, zoals wandel- en fietspaden.

Voor het gebied zijn ook, met het oog op natuurontwikkeling, enkele belemmeringen opgesteld. Door bemesting en het kanaalwater wordt het gebied voedselrijker. Vanuit de energienetwerken zijn er een aantal belemmeringen, nam locatie en hoogspanningsleiding. Verder zijn de grondeigenaren een belemmering voor natuurontwikkeling (projectontwikkelaars en boeren).

Vanwege de visie voor natuurontwikkeling in het onderzoeksgebied zijn beleidsstukken en standpunten van verschillende partijen geïnventariseerd. Vanuit het beleid zijn er geen directe mogelijkheden voor de realisatie van natuurontwikkeling, alleen op het vlak van waterbeheer 21ste eeuw zijn er kansen voor het gebied. De betrokken partijen zijn het er over eens dat er mogelijkheden voor natuurontwikkeling in het gebied zijn. Tussen deze mogelijkheden zijn een aantal overeenkomsten en verschillen. Het waterschap Noorderzijlvest en Stichting Het Drentse Landschap kunnen voornamelijk ideeën aandragen voor de inrichting. De overige partijen willen graag met elkaar samen werken en nadenken over de mogelijkheden voor het gebied. Belangrijke punten die genoemd zijn en waar de partijen over willen praten en als kans zien voor het gebied is het vasthouden van water, recreatie en het versterken van cultuurhistorische elementen.

De gebiedsvisie is uitgewerkt aan de hand van de gebiedsinventarisatie, gebiedsanalyse en actorenanalyse. De volgende Er zijn streefbeelden opgesteld aan de hand van natuurdoeltypen. Aan het gebied zijn de natuurdoeltypen: langzaam stromende bovenloop, natte strooiselruigte, nat schraalgrasland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland, droog schraalgrasland, bloemrijkgrasland en akker van basenarme gronden gekoppeld. Deze natuurdoeltypen zijn in een visiekaart verwerkt.

Vanuit gesprekken met de betrokken partijen zijn enkele aanvullingen op de visiekaart gekomen. In de kaart is onder andere rekening gehouden met de vrijwaringszone langs de A28. Verder is rekening gehouden met recreatiemogelijkheden in het gebied, met een bufferstrook langs de A28 en met het vast houden van water in het gebied. Daaruit is een aanvullende kaart gekomen. Als laatste wordt er een sfeerbeeld van gebiedsontwikkeling geven. Het sfeerbeeld en de tweede visiekaart vormen in de gebiedsvisie de conclusie over de natuurontwikkelingen in het gebied. Welke mogelijkheden er uitgewerkt kunnen worden en wat voor eindresultaat dat oplevert. In deze conclusie zijn de toevoegingen van de betrokken partijen verwerkt en is naar de kansen vanuit de gebiedsinventarisatie gekeken. Verder zijn voor het gebied nog enkele aanbevelingen opgesteld.


 

 

 

Topgrafische kaart

Figuur 1 Begrenzing onderzoeksgebied
Bron: Topografische Atlas: Drenthe 1:25.000, 2004