Van afwateringsloot naar                 
 stromend beekdallandschap
 
LANDSCHAPSONTWIKKELING RHEE-UBBENA  
line decor

Discussie

Er zijn naar aanleiding van het uitwerken van de afstudeeropdracht een aantal discussiepunten. Deze discussiepunten worden uitgewerkt in dit hoofdstuk.

Stedelijke ontwikkeling
In dit onderzoek is alleen gekeken naar mogelijkheden voor natuurontwikkeling, en bijvoorbeeld niet naar de mogelijkheden voor stedelijke ontwikkeling van Assen, zoals beschreven in de Structuurvisie. De reden hiervoor is dat de Stichting LoRU het gebied graag ontwikkeld ziet worden in natuur.

Gegevens onderzoeksgebied
Tijdens de inventarisatie is gebleken dat het niet goed mogelijk was om de hoogtes in het landschap vast te stellen. Er was geen duidelijke hoogtekaart (Algemene Hoogtekaart Nederland) beschikbaar. Er is bij verschillende instanties naar deze informatie gevraagd, maar het kon niet (kosteloos) geleverd worden. Hierdoor kunnen de ‘vlekken’ in de visiekaart afwijken van de normale situatie. Verder zijn de natuurdoeltypen globaal ingedeeld, de grenzen zijn niet scherp. Dit geldt tevens voor particuliere eigendommen, de perceelsgrenzen zijn niet exact aangehouden. Wanneer het gebied opnieuw ingericht gaat worden, moet uiteraard met deze erfgrenzen rekening gehouden worden. De natuurdoeltypen zijn nu voornamelijk op de bodemkaart gebaseerd. Bij een herinrichting moeten andere belangrijke zaken nader onderzocht worden, zoals AHN, kwel/ infiltratiegebieden, kwelintensiteit, dikte van keileem- en potkleilagen, mogelijkheid tot herstel archeologische vindplaatsen (gravenrij).

Actoren
In dit onderzoek zijn niet alle actoren benaderd. Actoren die niet benaderd zijn en die wel invloed om het gebied hebben zijn de grondeigenaren (agrariërs en projectontwikkelaars). In dit stadium van het onderzoek zijn de meningen van deze partijen niet meegenomen. Wanneer het project wordt opgepakt om uitgewerkt te worden (bijv. door provincie Drenthe of door gemeente Assen), moeten deze partijen benaderd worden. Doordat dit rapport een initiatief is van een aantal bewoners uit de omgeving, heeft het onderzoek ook niet voldoende status ontwikkeld om uitgebreid met deze partijen om tafel te gaan zitten. Dit rapport is een aanzet tot discussie over de functie van het gebied en een aanzet tot natuurontwikkeling in het gebied. Ook zijn de bewoners uit de omliggende dorpen niet in de actorenanalyse opgenomen.

De onderwerpen die hier uitgewerkt zijn, worden wel aanbevolen om uit te voeren. Om die reden zijn de discussiepunten uitgewerkt in hoofdstuk 8 Aanbevelingen.

 

Aanbevelingen

Uit dit onderzoek vloeien een aantal aanbevelingen. De aanbevelingen worden hieronder puntsgewijs beschreven:

Bewoners omliggende dorpen
- De bewoners moeten meer geïnformeerd worden over de mogelijkheden   (natuurontwikkeling) in het gebied om zo draagvlak voor natuurontwikkeling te   creëren. Verder moeten de ideeën die de omwonenden hebben geïnventariseerd   worden afgewogen. Dit wordt aanbevolen omdat er in dit onderzoek geen   aandacht aan besteedt is.

- De bewoners moeten op den duur meer geïnformeerd worden over de stand van   zaken. Wat gaat er met het gebied gebeuren, welke opties worden open   gehouden. Waar moeten de omwonenden rekening mee houden.

Gegevens
- Duidelijker de functies voor het gebied vaststellen, zodat een aangepast en   geschikt plan opgesteld kan worden. Daarbij moet gedacht worden aan de   functies natuur, recreatie en water vasthouden.
- Maak inrichting- en beheerplan: waarin o.a. de profielen van de Smeerveensche   Loop in worden uitgewerkt, het natuurontwikkelingsgebied wordt aangewezen   en waarin een hydrologisch model wordt uitgewerkt.
- De exacte hoogtes (AHN) moet geraadpleegd worden tijdens de uitwerking van   het natuurontwikkelingsplan. De hoogtekaart en de bodemkaart geven meer   informatie over wat geschikte locaties kunnen zijn voor bepaalde   natuurdoeltypen.
- Duidelijker vaststellen welke partijen worden benaderd voor hun inbreng en   welke partijen niet.
- Er moet onderzoek gedaan worden naar hoe het water optimaal vast gehouden   kan worden en hoe de beek dan ingericht moet worden. Verder moet vastgesteld   worden hoeveel water er vastgehouden moet worden, door middel van   berekeningen.

Water(kwaliteit)
- Door een monintoringspunt in de Smeerveensche Loop te creëren, kan de ‘echte’   waterkwaliteit (de nul-situatie) vastgesteld worden voor de bovenloop. Hiermee   wordt de huidige situatie beter in kaart gebracht en kunnen maatregelen gerichter   opgesteld worden om de kwaliteit te verbeteren.
- Wanneer overgegaan wordt tot natuurontwikkeling, is het creëren van een   meetnet (tbv grondwaterstanden) een aanbeveling. Hier zou voor de uitwerking   mee begonnen moeten worden (nulsituatie) en zo kan vastgesteld worden of de   maatregelen negatieve effecten hebben op de omwonenden. Het is ook een   mogelijkheid om dit met behulp van hydrologisch model te ondersteunen. Dienst   Landelijk Gebied (DLG) heeft een model (help-model) die doorberekend of de   verhoging van de grondwaterstand effecten heeft op de omliggende percelen.

Overig
- Het gebied moet op verschillende onderwerpen (flora- en faunasoorten, cultuur   historie, vasthouden van water) ingericht gaan worden, zodat er voldoende   draagvlak gecreëerd wordt voor de financiering. Er moet dan ook naar   financieringsmogelijkheden voor natuurontwikkeling in het gebied gezocht   worden.

Bronnenlijst literatuur
Bronnenlijst_literatuur.pdf

Bronnenlijst figuren
Bronnenlijst_figuren.pdf